
- 2.
- Christus roept hem op naar Tongren,
- Uit een vergelegen land,
- Van het Altaar geeft Gods engel
- Hem de kromstaf in de hand.
- Refrein.
-
- 3.
- Wondren zonder tal verzellen
- Hem op zijn pelgrimsbaan,
- Hij vergaart ontelbre scharen
- Onder Christus' legervaan.
- Refrein.
-
- 4.
- Rome zag hem biddend, wenend
- Neergeknield bij Petrus' graf,
- waar tot onderpand van liefde
- Petrus hem de sleutel gaf.
- Refrein.
-
- 5.
- Eng'len zingen bij zijn grafstee
- En bewaren zijn gebeent.
- Zingen dan ook wij zijn glorie,
- Tot wij met hem zijn vereend.
- Refrein.
|

|