-
- Gelukkig de man die niet treedt
in het overleg van de bozen. Als een boom is hij, wortelend waar
water stroomt, die vrucht draagt in het seizoen, zijn gebladerte zal
niet verdorren
- (Psalm 1,1.3)
De vogelen des hemels, de vissen der
zee ... Heer, onze God, hoe vol macht is Uw Naam ... (Psalm 8,9-10).
|
- Aan de oevers van de rivier
zullen allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan de bladeren niet zullen
verwelken en de vruchten niet zullen opraken. Elke maand zullen ze
vrucht dragen. Het water stroomt immers uit het heiligdom. De
vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtig
- (Ezechiël 47,12).
-
- Komt allen die dorst hebt,
hier is water !
- (Jesaja 55,1)
|
-
- Gelijk het hert dat reikt
- naar waar het water stroomt,
- zó in verlangen reikt
- mijn ziel naar U, o God.
- Mijn ziel lijdt dorst naar
God,
- naar God die leven is (Psalm
42,2-3)
|
-
- Toen toonde mij de
engel de rivier met het water des levens, helder als kristal,
die ontwelde aan de troon van God en van het Lam.
- Zij liep midden door
de straat van de stad, en op haar oevers, aan weerszijden, stond
het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, elke
maand eens
- (Openbaring 22,1-2).
|
-
- Toen bracht de man mij terug
naar de ingang van de tempel. Daar zag ik water onder de drempel van
de tempel vandaan komen. In het water zal het er wemelen van levende
wezens, overal waar de rivier stroomt komt leven, er zal vis
zijn in overvloed (Ezechiël 47,1.9).
-
- Al de waterlopen van Juda zullen een overvloed
van water hebben, want uit de Tempel van de Heer zal een bron
ontspringen (Joël 4,18).
|
Noach liet toen
opnieuw een duif uit de ark los. Toen de duif tegen de avond bij hem
terugkwam, droeg zij een groen olijfblad in de bek. Toen begreep
Noach dat het water van de aarde weggezakt moest zijn (Genesis
8,10-11).
Wie dorst heeft, kome
! Wie wil, neme het water des levens, om niet ! (Openbaring 22,17).
|
- God sprak: ‘Het water moet
wemelen van dieren, en boven het land moeten de vogels vliegen langs
het hemelgewelf’ (Genesis 20,1).
|