We lopen in ons leven regelmatig tegen vragen aan, waarop geen antwoord
is. Het zijn altijd levensvragen. Vragen over belangrijke zaken. Vragen
over het leven, over leven en dood, over het bestaan, over de zin van de
dingen, over het doel van ons bestaan, van ons leven. Vragen over het
‘waarom’ van de dingen. Vragen over dingen die gebeuren. Waarom overkomt
mij dit ? Doe ik het wel goed?
Allemaal vragen zonder antwoord. Waarom krijgt de een met 40 jaar kanker
en wordt een ander zonder gezondheidsproblemen 100? Waarom gaat het
sommige mensen goed, en hebben anderen alsmaar tegenslag? En mijn
schoonmoeder die zich na haar hersenbloeding in haar heldere momenten
afvraagt: Waarom overkomt mij dit? Ik heb toch niks fout gedaan? Vragen
zonder antwoord.
Het is heel opmerkelijk dat Jezus, op de vraag in de Evangelielezing van
vandaag: “Heer, zijn het er weinig die gered worden?”, geen antwoord
geeft. Met andere woorden: wie zal straks toegang krijgen tot het
Koninkrijk der Hemelen? Wie zal straks de eeuwige heerlijkheid binnen
mogen gaan? Jezus geeft geen antwoord!
We krijgen dus geen antwoord. Waarom niet? Ik denk dat het is, omdat het
een vraag over de toekomst is, bedoeld om mensen al vooráf te
rechtvaardigen, vooráf te voorspellen wat er zal gebeuren, als was het
een horoscoop.
Wél worden we van die niet te beantwoorden vraag teruggezonden naar ons
leven hier en nu. “Spant u tot het uiterste in”.... Het is een
aansporing, geen antwoord. Daarmee weten we het nog niet.
Span je in, het komt je niet aangevlogen, het gaat niet vanzelf, het is
niet automatisch. Span je in, je zult het zelf moeten doen. De deur is
nauw, en bovendien, hij zou wel eens gesloten kunnen zijn. Het gaat niet
altijd gemakkelijk. Overschat je niet. De deur gaat op slot. Het zou wel
eens anders kunnen uitpakken dan jij denkt. Wie binnen meent te zijn,
staat misschien buiten. En kom niet te laat.
Met andere woorden: vraag niet aan mij of je gered zal worden, je zult
het zelf moeten maken. Ik bepaal het niet, het ligt aan jezelf.
En dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat sommigen, waarvan wij denken
‘die komt zeker in de hemel’, voor een gesloten deur komen te staan, en
dat mensen die wij niet zo kunnen waarderen, wellicht veel meer waard
zijn dan wij wel eens kunnen denken.
Ja, wat wij, mensen, heel goed kunnen, dat is: categorieën aanbrengen,
groepen formeren, de gelederen sluiten en anderen buiten houden.
Duidelijk aangeven wie er wél en wie er níét bijhoort. Het volk Israël
heeft dat ook, zegt de profeet Jesaja vandaag in de eerst lezing. Wat
wil je? Als je hét uitverkoren volk bent, dan zijn alle andere volkeren
dus níét uitverkoren. Dan verdeel je de wereld in tweeën: Israël en de
“goïem”, dat wil zeggen: “de volkeren”, de niet-uitverkorenen, zij die
er niet bijhoren. “En ook uit de volkeren zal Ik Mijn priesters en
levieten kiezen”, laat Jesaja zijn God vandaag zeggen. Met andere
woorden: degenen die er niet bij horen, die krijgen het!
Echt wijzer worden we dus niet vandaag, wanneer we de vraag stellen wie
het Koninkrijk der Hemelen ten deel zal vallen.
Want enerzijds krijgen we een weinig bemoedigend verhaal over een nauwe
deur, over een gesloten deur, over mensen die buiten blijven, over
mensen die kloppen en er wordt niet opengedaan – dat zijn misschien de
mensen waarvan wij denken: bij hun zit het wel goed –
anderzijds staat er iets over massa’s mensen die aanzitten aan het
gastmaal van het Koninkrijk van God, “uit het oosten en het westen, uit
het noorden en het zuiden”, met “Abraham, Isaak, Jakob en al de
profeten”.
“Heer, zijn het er weinig die gered worden?” Op die vraag krijgen we
geen antwoord. Want als de vraag is : ‘kom ik wel in de hemel ?’, dan is
die vraag verkeerd gesteld. De vraag moet ik namelijk aan mezelf stellen
: ‘hoe heb ik geleefd ? Heb ik mijn best gedaan ?’ Het antwoord moeten
wij zelf geven, nu en hier.
Régis de la Haye, diaken
C - 15 augustus - Maria Tenhemelopneming
Maria wordt vandaag in de bloemetjes gezet en niet zo zuinig. Zelfs in tijden
van religieuze krenterigheid, kijken we niet op één bloemetje. Er komen zelfs
kruiden aan te pas. We zeggen wel ‘daar is geen kruid tegen gewassen’, maar voor
Maria geldt dat niet. Want je kunt bij haar met alles terecht. Een
kruidenmedicijn is op zichtzelf niet voldoende, maar als er zeven kruiden
in zitten dan begint het ergens op te lijken
We zetten haar dus tussen kruiden en bloemen en het ruikt er lekker. Heel aards,
zelfs frivool, want ik heb er de oude gezangen op nageslagen. Die gezangen zijn
ontleend aan het Hooglied, dat enige bijbelboek waar het alleen maar gaat over
de aantrekkingskracht tussen twee geliefden, bruidegom en bruid. Zo staat het er
: ‘we lopen en worden aangetrokken door de geur van de gezalfden’.
Het lijkt of Maria het allemaal maar over zich heen laat komen: éénmaal per
jaar. Want de andere 364 dagen hangen we al onze zorgen om haar nek en bestoken
we haar met onze lasten.
Want laten we wel wezen: behalve bij Elisabeth wordt Maria in de heilige
Schrift nauwelijks geprezen. Ze wordt bijna altijd naar het tweede plan
geschoven of met nieuwe opdrachten opgezadeld. Bij de bruiloft van Kana krijgt ze
als antwoord : ‘vrouw, mijn tijd is nog niet gekomen’’. En eerder al had ze Hem
gezocht : ‘wist je dan niet dat ik bij de dingen van mijn Vader moet zijn…’ En
toen de mensen je zagen bij de omstaanders van je Zoon, werd je gezegd : ‘wie is
mijn moeder, wie zijn mijn broers?’ Later wordt je genoemd de ladder van Jacob,
de verbindingsfiguur tussen hemel en aarde. En je krijgt dan heel veel titels en
de mensen beginnen te beseffen hoe belangrijk je bent als verbinding tussen ons
en je Zoon. Maar voorlopig wordt je naar het tweede plan geschoven. En staande
onder het kruis krijg je er nog een taak bij : “ziedaar je zoon’.
Maria, zo lijkt het, is de zachte kracht. Je kunt met haar alle kanten uit.
Maar zo is het niet, want let maar eens op de volgende tekst, die op haar wordt
toegepast :
“Prachtig ben je luisterrijk, dochter van Jerusalem
maar ook vreeswekkend (terribilis) als een vaandeldraagster
die voorop loopt in het voor de strijd opgesteld leger.”.
Met haar kun je niet spotten en wie heel eerlijk is merkt dat ook. In haar
genadekapel voelen we ons tegenover haar heel klein worden en worden we wat
verlegen. Met een liefdevolle blik kijkt ze naar ons, maar ontmaskert ze ons
tegelijkertijd. En eist ze van ons dat we zelf ook de handen uit de mouwen
steken.
De Heer heeft neergezien op de kleinheid van zijn dienstmaagd maar Hij, de
Allerhoogste, verheft juist de geringen. Maria kan ons slechts verheffen omdat
ze zelf verheven is.
En vandaag belijden we dat ze met ziel en lichaam, met lijf en leden, met huid
en haar door het hemelse in beslag genomen is. Geraakt, doordrongen. Dat is
nogal wat. Je zult zeggen : nogal logisch een moeder van zo’n kind. Maar niet
alle moeders zijn zo sterk.
Met ziel en lichaam, overschaduwd. Toevallig vind ik een prachtig gebed,
geformuleerd door een grote Mariavereerder, Bernardus van Clairvaux, dat mij
inspireerde bij de voorbereiding van dit feest. Bernardus legt de volgende
woorden in de mond van Maria:
Uw Woord geschiede aan mij
Maar ik smeek U
Niet een woord dat uitgesproken wordt en vervliegt
Maar een woord dat binnenkomt en blijft
Een woord dat blijft en lichaam wordt, niet alleen maar lucht…
Ik hoop en bid dat ik het Woord dat binnenkomt
- U hebt het beloofd -
in mijn schoot mag voelen
nee, ik hoop dat het mij wordt ingeblazen,
dat het een persoon, een mens wordt
lichamelijk in mijn lichaam.
Zo belijdt Maria dat ze met lijf en leden in het heil betrokken is en dat ze van
binnenuit is geraakt door Gods Geest. Het lichaam van het goddellijk Kind in
haar lichaam.
En nu op het einde van haar leven kan het niet anders dan dat ze met heel haar
persoon bij God mag zijn en dat ze voor ons ten beste zal spreken.
Daarom mogen we haar vandaag in de bloemetjes zetten, en beseffen dat ze
menselijk zo op ons lijkt : Maria de gevoelsmens bij uitstek, geraakt tot in
haar binnenste. Dat is ook de reden dat we met zovelen geraakt zijn door haar
plaats in het heil.
Ze blijft met ons verbonden : ze is teruggekeerd naar de bron, maar ze blijft ons
vóórgaan naar onze bestemming en sleept veel van onze lasten met zich mee. Soms
kijkt ze even naar achteren, naar ons, of we haar wel blijven volgen, want vóór wat
hóórt wat.
Maria blijft wijzen naar onze bestemming want ze is de weg van haar Zoon tot het
einde gegaan.
Ze deelt in de vrucht van de verlossing : ten volle.
Pastoor Fons Kurris
C 11e zondag 12/13 juni 2010
2 Samuel 12,7-10 ; psalm 32 ; Galaten 2,16.19-21 ;
Lucas 7,36 - 8,3
Een tafelgesprek