|
-
Geschiedenis van het beeld van de 'Sterre der
Zee'
Het genadebeeld van Onze Lieve Vrouw 'Sterre
der Zee', dat zich tegenwoordig bevindt in de Basiliek van Onze
Lieve Vrouw Tenhemelopneming, behoorde van oorsprong toe aan de
paters Minderbroeders van de Sint-Pieterstraat. De Minderbroeders
waren vurige Maria-vereerders, en het is dus niet verwonderlijk dat
zij, vermoedelijk omstreeks 1470, de schenking van een Mariabeeld
aanvaardden van de edelman Nicolaus van Harlaer, toen deze op latere
leeftijd bij hen intrad.
Het Mariabeeld is een houten
beeld, van Duitse makelij, volgens de klassieke voorstelling van een
"Schöne Madonna", op stijlkenmerken te dateren circa 1410: een
staande Maria, die een bloot Jezuskindje op de linkerarm draagt, dat
de handjes uitstrekt naar een vrucht die Maria in de rechterhand
draagt, een appel, een peer of een druiventros; bij het Maastrichtse
beeld was dit waarschijnlijk een peer. Rond het "miraculeuze" beeld
van de Minderbroeders ontstond een grote volksdevotie, die zelfs de
verering van Sint Servaas begon te verdringen. Op Paasmaandag 1532
schijnt het beeld voor het eerst te zijn meegedragen in
processie.
Al snel werd dit beeld, naar
Zuid-Europese, Spaanse mode, bekleed met een wijde kegelvormige
mantel, waardoor de iconografie ook aangepast moest worden: de
vrucht die Maria draagt werd afgezaagd tot een soort houder voor een
lelie, en het blote Jezuskindje kreeg een mantel aan (daarvoor werd
hem een armpje afgezaagd) en een kroon op het hoofd (die het
oorspronkelijke beeld niet had).
- Oorspronkelijke iconografie van het beeld van de Sterre der
Zee: Maria draagt het blote kindje Jezus op de arm, die zijn hand
uitstrekt naar een peer.
|
|
-
-
Prentje, kopergravure 1697, met het beeld
van de Sterre der Zee in een wijde barokke mantel, waardoor de
oorspronkelijke betekenis van de iconografie verloren
gaat.
|
-
Het Mariabeeld van de
Franciscanen kwam in het middelpunt te staan van een vurige verering
door het volk van Maastricht. Er vonden regelmatig gebedsverhoringen
en wonderbaarlijke genezingen plaats, waardoor de devotie sterk werd
aangewakkerd. De bloeiperiode van de verering was zonder twijfel de
Spaanse periode, tussen de inname van de stad in 1579 en de sluiting
door de Staten Generaal van het klooster van de Minderbroeders in
1639. Een serie wonderbaarlijke genezingen deed de bedevaartgangers
met grote aantallen de weg naar het Franciscanenklooster vinden.
Vooral de processie op Paasmaandag kende een zeer groot succes: in
1611 telde men 19 à 20.000 pelgrims. Deze processie werd de
voorloper van de heden nog bestaande
bidweg
.
-
-
-
Terechtstelling van de veroordeelden voor het
zogenaamde "verraad van Maastricht" in 1638.
-
Nadat in 1632 de stad
Maastricht door de Staten Generaal was ingenomen, ontdekte men in
1638 het zogenaamde "verraad" van pater Vink en de zijnen, die
gespioneerd zouden hebben voor de Spanjaarden. Ze werden
gearresteerd, gemarteld en onthoofd, en hun hoofden op vijf staken
gestoken op het bastion dat sindsdien "de Vief Köp" heet. De
kloostergebouwen van de Franciscanen werden in beslag genomen, en de
paters in 1639 uit de stad verdreven.
-
Na een kort
verblijf bij de zusters Annunciaten in Wyck, werd het miraculeuze
beeld van Onze Lieve Vrouw meegenomen naar het klooster Slavante op
de Sint-Pietersberg, en later naar het klooster van de
Minderbroeders in Tongeren. Tijdens het zogenaamde "Frans
Intermezzo" (1673-1678) konden de Franciscanen met het beeld weer
terugkeren naar Maastricht, en in 1675 werd het geplaatst in de
(niet meer bestaande) Sint-Jacobskapel (op de hoek van het Vrijthof
en de Bredestraat). Na de Vrede van Nijmegen, in 1678, kregen de
Franciscanen nog enige tijd de beschikking over een gedeelte van hun
oude kloostergebouwen, waar een noodkapel werd ingericht. Toen zij
in 1700 hun nieuwe klooster met kloosterkerk betrokken op de
Kaekeberg, de "Minderbroedersberg", werd daar ook het genadebeeld
geplaatst.
- Ten tijde van de korte
terugkeer van het beeld aan de Sint-Pieterstraat, rond het jaar
1700, kreeg het beeld de benaming 'Sterre der Zee' (stella
maris). De titel 'Sterre der Zee'
is afkomstig van de H. Hiëronymus, de kerkvader die de Latijnse
Vulgaatvertaling van de Bijbel bezorgde. Op zoek naar de betekenis
van de naam 'Maria', Mirjam in het Hebreeuws, las hij de naam als
een combinatie van de twee Hebreeuwse woorden mar 'druppel', en jam 'zee', dus 'druppel van de zee', in het
Latijn stilla maris. 'Stilla maris' werd al snel verbasterd tot
stella maris, 'sterre der zee', en als
zodanig kwam deze titel terecht in de Litanie van Maria. De
Mariatitel Stella Maris komt dus
eigenlijk voort uit een leesfout. In de Middeleeuwen was deze
eretitel van Maria zeer geliefd. Wij danken er onder andere de mooie
gregoriaanse hymne Ave Maris Stella aan.
De benaming 'Sterre der Zee' voor het genadebeeld van de
Franciscanen werd echter pas in 1701 voor het eerst gebruikt, en wel
ter herinnering aan een wonder dat in 1684 plaatsgehad zou hebben.
Een edelman zou op zee in een storm terecht zijn gekomen, en zou de
belofte gedaan hebben, als hij het gevaar zou overleven, een altaar
te stichten voor het Mariabeeld van de Franciscanen van Maastricht.
Op het eerste gezicht zou men denken aan een vrome legende, maar de
edelman heeft echt bestaan. Het is een Brussels edelman, François II
van Kinschot (1616-1700), graaf van Sint-Pieters-Jette en baron van
Rivieren (ten westen van Brussel), gehuwd met Anna Charlotte van
Berghe genant Trips, die op zee in een storm terecht kwam, Maria
aanriep met het beeld van de Madonna van de Minderbroeders voor
ogen, en beloofde bij veilige thuiskomst een altaar voor het beeld
van de Minderbroeders te financieren. Toen hij de storm had
overleefd, en behouden was thuisgekomen, kwam hij zijn belofte na,
en liet in de Franciscanenkerk een altaar bouwen waar het Mariabeeld
een plaats op kreeg. Dit zou de aanleiding zijn geweest om het
Mariabeeld voortaan 'Sterre der Zee' te noemen.
- In 1796 werden door de
toenmalige Franse overheid alle kerkelijke instellingen en kloosters
opgeheven, en hun goederen in beslag genomen. Enkele broedermeesters
van de Broederschap van de Sterre der Zee hebben toen, met medeweten
van de paters Franciscanen, het beeld uit de kerk "gestolen", en
ondergebracht op achtereenvolgens twee particuliere adressen, bij
broedermeesters thuis: Maastrichter Brugstraat 6, en Tongersestraat
64. Op 31 maart 1804 werd het beeld, met toestemming van de
Franciscanen, door bisschop Zaepffel van Luik toegewezen aan de
Sint-Nicolaasparochie (de voorloper van de Onze Lieve Vrouw), en
overgedragen aan pastoor Partouns en aan het kerkbestuur van de
parochiale kerk van Sint-Nicolaas, echter onder de uitdrukkelijke
ontbindende voorwaarde dat het beeld teruggegeven zou worden aan de
Franciscanen, wanneer dezen in Maastricht weer een klooster zouden
bouwen. Het beeld werd geplaatst in de Sint-Nicolaaskerk (op de
plaats van het huidige Hotel Derlon), en verhuisde op 10 oktober
1837, mét heel de parochie, naar de Onze Lieve Vrouwekerk, die toen
pas door het Ministerie van Oorlog aan het kerkbestuur was verkocht,
nadat het sinds de Franse tijd een militaire bestemming had gehad,
onder andere als militaire smederij! De Sint-Nicolaaskerk werd toen
bouwvallig verklaard en afgebroken.
- In 1853 vestigden de
Franciscanen zich wederom in de stad Maastricht, en in 1859 werden
hun kerk en klooster aan de Tongersestraat ingezegend. De
Franciscanen vonden het nu tijd hun miraculeus beeld terug te eisen,
en hun gardiaan, Theodorus Peters, deed in de jaren 1864-1865
verwoede en herhaalde pogingen bij pastoor Raetsen van de Onze
Lieve Vrouwekerk en bij het kerkbestuur, om het beeld weer terug te
krijgen, conform de voorwaarden in de akte van 1804. De Franciscanen
hadden in hun archief echter geen authentiek exemplaar meer van de
overeenkomst, en de pastoor hield zich van de domme. De Franciscanen
gingen hogerop, maar bisschop Paredis wenste geen conflicten in zijn
bisdom, en verzocht de Franciscanen de zaak te laten rusten.
- En zo komt het dat het
beeld van Onze Lieve Vrouw "Sterre der Zee" nog altijd in de Onze
Lieve Vrouwekerk van Maastricht staat. Daar stond het opgesteld in
het noordertransept, op de plaats van het huidige Sint-Jozefaltaar.
In 1903 werd het beeld overgebracht naar de Mérode-kapel, waar het
zich nog altijd bevindt.
-
- Het beeld van de Sterre der Zee wordt
momenteel bekleed met verschillende mantels. De nieuwe blauwe mantel
wordt gedragen bij plechtige feestdagen. De oude blauwe mantel wordt
gedragen door het jaar, de rode mantel op lagere feestdagen en in de
Paastijd. In de Vastentijd en in de Advent draagt het beeld géén
mantel; dit is dan ook de meest oorspronkelijke verschijningsvorm
van het beeld. In de Vasten en de Advent zijn de luiken van het
retabel van het altaar van de Sterre der Zee gesloten.
-
- Gedetailleerde informatie over de
geschiedenis van het beeld is te vinden in het boek van pater Beda
Verbeek, De geschiedenis van de Sterre der
Zee te Maastricht tot 1804 ('s-Hertogenbosch 1937). Voor de
geschiedenis van het beeld in de Franse Tijd (1796-1904) aan te
vullen door: Régis de la Haye, Onderduikadressen voor de Sterre der Zee in de
Franse tijd, in: De Maasgouw 123 (2004), p. 87-96.
|