
Ergens op het einde van de 4e eeuw leefden in Maastricht de eerste
christenen van het huidige Nederland. Enkele grafstenen, gevonden rond en in de
Sint-Servaaskerk, daterend uit het einde van de 4e eeuw of uit het begin van de
5e eeuw, zijn de oudste getuigenissen van christelijk leven in Maastricht, en
daarmee in heel Nederland. Ze tonen aan dat er rond het jaar 400 al een christelijke
gemeenschap bestond in Maastricht.
|

|
![]() |
Plattegrond van de Onze Lieve Vrouwekerk te Maastricht tot de Franse tijd - 1. Hoofdaltaar 2. Koorbanken 3 Altaar van de H. Maria 4. Koor van de H. Agnes 5. Koor van de H. Cecilia 6. Martinuskapel 7. Stefanuskapel 8. Annakapel 9. Kapittelzaal 10. Merodekapel 11. Kapel van de H. Barbara |
Deze overtuiging, die zowel in de liturgie, in de volksdevotie als in de theologische
reflectie altijd geleefd heeft, zowel in de Oosterse als in de Westerse kerk, werd op 1
november 1950 door paus Pius XII, in de bulla dogmatica Munificentissimus Deus tot
dogma uitgeroepen. Onmiddellijk daarna schonken de parochianen van de Onze Lieve
Vrouwekerk aan onze kerk het middelste glas-in-loodraam van de kooromgang. Daaraan
herinnert het opschrift, in de linker benedenhoek van het raam: "Pronuntiati
Assumptionis Beatæ Virginis Mariæ dogmatis memores basilicæ parochiani dono
dederunt" (geschenk van de parochianen van de Basiliek ter herinnering aan de
uitroeping als dogma van de Tenhemelopneming van de Heilige Maagd Maria). Op het raam is
te zien hoe Maria door twee engelen vanuit haar sterfbed ten hemel wordt gedragen. Het
raam is in 1952 vervaardigd door Daan Wildschut. 