MARIA BEZONGEN VANUIT SLEVROUWE 

Basilicakoor en Schola Nova van de Basiliek van Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming “Sterre der Zee” te Maastricht

Hans Leenders (dirigent) Claudia Couwenbergh (sopraan) Hans Heykers (orgel) 

1. O REINSTE DER SCHEPSELEN O reinste der scheps’len, o moeder en maagd.Gij, die in uw armen het Jezuskind draagt, Maria aanhoor onze vurige bee, geleid ons door ’t leven, o Sterre der Zee; O Sterre der Zee, o Sterre der Zee, geleid ons door ’t leven, o Sterre der Zee. Bedreigen ons noodweer of storm op onz’ baan,is ’t scheepj’ onzer ziel in gevaar te vergaan. Bedaar dan, Maria, de storm op uw bee, stort hoop ons in ’t harte, o Sterre der Zee. O Sterre der Zee, o Sterre der Zee, stort hoop ons in ’t harte, o Sterre der Zee. Maria, als gij onze schreden geleidt, schenkt gij ons uw licht en uw bijstand altijd; dan landen wij veilig ter hemelse ree, en danken u eeuwig, o Sterre der Zee.O Sterre der Zee, o Sterre der Zee, en danken u eeuwig, o Sterre der Zee. 

2. GOD GROET U, ZUIV’RE BLOEME God groet u, zuiv’re bloeme,Maria maged fijn. Gedoog dat ik u roeme:lof moet u altijd zijn. Als gij niet waart geboren, o reine maged vrij, wij waren allen verloren, aan u beveel ik mij! Maria, lelie reine, gij zijt mijn toeverlaat. Zoals een klaar fonteine,die nimmer stille staat. Zo geeft gij ons genade, en staat uw dienaars bij: och, sta mij ook te stade, aan u beveel ik mij! 

3. AVE MARIA Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum, benedicta tu in mulieribus, et benedictus fructus ventris tui, Jesus.Sancta Maria, Mater Dei, ora pro nobis, peccatoribus, nunc et in hora mortis nostræ. Amen. 

Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u, gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.Heilige Maria, Moeder van God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen. 

4. GEBENEDIJD ZIJT GIJ Gebenedijd zijt gij! En onder al de vrouwen, ’t zij wie of waar dat ’t zij, eerbiedig aan te schouwen, gebenedijd zijt gij. O Moedermaagd, die Jezus draagt,e erbiedig aan te schouwen; gebenedijd zijt gij! Gebenedijd zijt gij. Vóór eeuwen uitverkoren, gij moeder, ook van mij, daar God is uit geboren, gebenedijd zijt gij. O Moedermaagd,d ie Jezus draagt, daar God is uit geboren, gebenedijd zijt gij. Gebenedijd zijt gij. Naast u en is er gene van zond’ en schulden vrij, o onbevlekt’ allene. Gebenedijd zijt gij. O Moedermaagd, die Jezus draagt, o onbevlekt’ allene, gebenedijd zijt gij. 

5. U ROZENKRANS BEMIN IK U rozenkrans bemin ik reeds van mijn vroegste jeugd. Ik zal u nooit verlaten, in droefheid of in vreugd. Tot het ogenblik van mijn laatste snik, bij dag, bij nacht blijft gij, o rozenkrans bij mij. Maria ene bede, o weiger mij die niet, Gij gaaft m’een krans op aarde die nimmer mij verliet. Schenk mij nog een krans, schitt’rend en vol glans. Schenk mij die liefdeblijk, eens in het hemelrijk. 

6. AVE MARIA (zie tekst en vertaling onder nr. 3) 

7. WEES GEGROET, O STERRE Wees gegroet, o sterre, wees gegroet van verre. Aan de hemel blinkt uw licht in het bange vergezicht. Wees gegroet, wees gegroet, Maria. Als de golven stijgen, hoger, hoger, dreigen, schijn dan veilig voor ons uit, gun de zee geen droeve buit. Wees gegroet, wees gegroet, Maria. Wees gegroet, o sterre, wees gegroet van verre. Op uw zacht en zalig licht houden wij het oog gericht. Wees gegroet, wees gegroet, Maria. 

8. WIJ GROETEN U, O KONINGIN Wij groeten u, o Koningin, o Maria, u Moeder vol van teed’re min, o Maria. Refrein: Groet haar, o Cherubijn, prijs haar, o Serafijn, prijst met ons uw Koningin: Salve, salve, salve, Regina. O Moeder van barmhartigheid, o Maria, en troost in alle bitterheid, o Maria. Refrein. Ons leven, zoetheid, hoop en vreugd, o Maria, leid gij ons op de weg der deugd, o Maria. Refrein. 

9. AVE MARIA (zie tekst en vertaling onder nr. 3) 

10. GEKOMEN IS UW LIEVE MEI Gekomen is uw lieve mei, Maria! En op het veld de bloemensprei, Maria! Bloemen, die wij plukken gaan, Nu zij rijk te bloeien staan. Ave, Ave Maria! Voor U de Vrouwe van de Mei, Maria! Wij knielen ’s avonds voor uw beeld, Maria! U wijden wij ons onverdeeld, Maria!Met de bloemen en de zang, En wij bidden zingen lang: Ave, Ave Maria! Tot Gij uw gunsten aan ons deelt, Maria! Zo helder schijnt het witte licht, Maria!, der kaarsen op uw lief gezicht, Maria! Goedig ziet Gij op ons neer, Als een Moeder goed en teer. Ave, Ave Maria! Uw ogen steeds op ons gericht, Maria! 

11. DAAR BLOEID’ ENE LELIE Daar bloeid’ ene lelie met zuiverlijke pracht, voor eeuwen en tijden in ’t diepst van Gods gedacht. Zij was toch zo schone! Zij bloeide toch zo blank! Er looft haar naar waarde noch mens noch eng’lenzang! Vandaag is de lelie, zo menig eeuw verbeid, op aarde ontsproten in reine heerlijkheid. ’t Zijt gij, o Maria, o lelie eeuwig schoon, Gods bruid en Gods dochter en moeder van Gods Zoon! Al d’engelenkoren begroeten heden d’aard. Zij heeft hun, o wonder, een koningin gebaard! O hemelse lelie, gij zijt onz’ eeuw’ge roem, gij zijt van de wereld de vlekkeloze bloem! 

12. AVE MARIA (zie tekst en vertaling onder nr. 3) 

13. TE LOURDES OP DE BERGEN Te Lourd’ op de bergen verscheen in een grot, vol glans en vol luister de Moeder van God. Ave, ave, ave Maria! (2x) Zij riep Bernadette, een nederig kind, “Wie zijt gij”, vroeg ’t meisje, “die u daar bevindt?” Ave, ave, ave Maria! (2x) “Ik ben d’onbevlekte en zuivere Maagd, Gans vrij van de zonde heb ik God behaagd”. Ave, ave, ave Maria! (2x) “Dat pelgrims hier komen van wijd en van zijd, ‘k zal zalving hier geven aan ieder die lijdt”. Ave, ave, ave Maria! (2x) De talen der volk’ren verheffen haar naam, zij smelten in ’t Ave Maria tezaam. Ave, ave, ave Maria! (2x) 

14. AVE MARIA (zie tekst en vertaling onder nr. 3) 

15. IK GROET U VOL GENADE (HET WEES GEGROET) Ik groet u, vol genade, sprak d’engel Gabriël, de bron van uw genade is God, Emmanuel. Want onder alle vrouwen zijt gij gebenedijd; gelukkig die aanschouwenin dank uw heerlijkheid. En meer nog zij gezegendde vrucht van uwe schoot; door Hem zijn wij genezen van een volkomen dood. 

16. WIJ GROETEN U, MARIA Wij groeten u, Maria, Moeder mild en goed! Wij prijzen u, Maria, Moeder mild en goed! Bid, dat Jezus ons behoedt: Sancta Maria! Maria vol genade, Moeder mild en goed! Wij zijn met schuld beladen, Moeder, mild en goed! Bid, dat Jezus ons behoedt: Sancta Maria! Maria uitverkoren, Moeder mild en goed! Wij willen u behoren, Moeder, mild en goed! Bid, dat Jezus ons behoedt: Sancta Maria! 

17. AVE MARIA (zie tekst en vertaling onder nr. 3) 

23. REGINA CÆLI Regina Cæli, lætare, alleluia, quia Quem meruisti portare, alleluia, resurrexit, sicut dixit, alleluia. Ora pro nobis Deum, alleluia. 

Koningin des hemels, verheug u, alleluja! Omdat Hij, die gij waardig geweest zijt te dragen, alleluja! Verrezen is, zoals Hij gezegd heeft, alleluja! Bid God voor ons, alleluja! 

24. AVE REGINA CÆLORUM Ave Regina cælorum, Ave Domina angelorum, Salve radix, salve porta, Ex qua mundo lux est orta: Gaude, Virgo gloriosa, Super omnes speciosa, Vale, o valde decora, Et pro nobis Christum exora. Wees gegroet, Koningin der hemelen; wees gegroet, Vorstin der engelen; wees gegroet o Wortel; wees gegroet o Poort, waaruit voor de wereld het Licht is opgegaan.Verheug u, roemvolle Maagd, uitgelezen boven allen: heil u, gij, Volschone,en bid Christus voor ons. 

25. AVE MARIA (zie tekst en vertaling onder nr. 3) 

26. ALMA REDEMPTORIS MATER Alma Redemptoris Mater, quæ pervia cæli porta manes, et Stella Maris, succurre cadenti surgere qui curat populo. Tu quæ genuisti, natura mirante, tuum Sanctum Genitorem, Virgo prius ac posterius, Gabrielis ab ore sumens illud ‘Ave’, peccatorum miserere. 

Verheven Moeder van de Verlosser, die de open deur des hemels blijft en de Sterre der Zee, snel het volk te hulp, dat valt en poogt op te staan. Gij die tot verbazing der natuur uw Heilige Schepper hebt gebaard, Maagd tevoren en daarna, die uit de mond van Gabriël het “Ave” hebt vernomen, ontferm u over de zondaars. 

27. ALMA REDEMPTORIS MATER (zie tekst en vertaling onder nr. 26) 

28. SALVE REGINA Salve Regina, mater misericordiæ, vita, dulcedo, et spes nostra, salve. Ad te clamamus, exsules filii Hevæ, ad te suspiramus, gementes et flentes in hac lactrimarum valle. Eja ergo, advocata nostra, illos tuos misericordes oculos ad nos converte, et Jesum, benedictum fructum ventris tui, nobis post hoc exsilium ostende. O clemens, o pia, o dulcis Virgo Maria. 

Wees gegroet, Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze vreugde en onze hoop, wees gegroet. Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva, tot u smeken wij, zuchtend en wenend in dit dal van tranen. Daarom dan, onze voorspreekster, sla op ons uw barmhartige ogen, en toon ons na deze ballingschap Jezus, de gezegende vrucht van uw schoot. O goedertieren, o liefdevolle, o zoete Maagd Maria.